Silo reinigen advies

Bij opslag van vochtrijke bijproducten is hygiëne erg belangrijk. Een vochtrijk milieu kan de basis vormen voor de (her-)groei van micro-organismen zoals gisten, schimmels en entero-bacteriën. Het gevolg van ongewenste micro-organismen kan zijn:

  • verlies van droge stof;
  • daling voederwaarde;
  • negatieve invloed op de smaak van het voer;
  • negatief effect op het rendement van het voer;
  • negatief effect op de gezondheid van dieren.
     

Preventie van ongewenste groei micro-organismen

  • Zorg voor voldoende doorloop snelheid. Advies is om de houdbaarheidstermijn aan te houden.
  • Werk hygiënisch. Laat geen voerresten liggen. Spuit gemorst product altijd weg.
  • Probeer de silo zo vaak mogelijk helemaal leeg te laten lopen, waardoor het nieuwe product niet wordt besmet met eventuele micro-organismen uit de vorige vracht.
  • Reiniging:
    • Reinig silo’s, bunkers, leidingen en voertroggen regelmatig:
      • suikerrijke producten: 4 – 6 maal per jaar
      • eiwitrijke producten:  2 maal per jaar,
      • zetmeelrijke producten:  1 maal per jaar.
    • Zorg dat de silo voldoende geventileerd is voordat u de silo binnen gaat. Advies is om altijd met twee personen het reinigen van de silo uit te voeren.
    • Het reinigen van een silo kan met water, spuit de silo schoon en laat deze 24 uur drogen. Ook kunt u een schoonmaakmiddel of loog gebruiken. Bij hardnekkige problemen is na het schoonspuiten een behandeling met gistingsremmend zuur een optie.
    • Overweging is het inschakelen van een bedrijf gespecialiseerd in silo reiniging.
       

Bestrijding van ongewenste groei van micro-organismen 

Zoek de bron van besmetting op en bestrijd deze door het aangetaste product ruim te verwijderen en de silo waar mogelijk schoon te maken.

Overzicht micro-organismen 

Gisten Schimmels Entero-bacteriën
Schuimen van het voer Witte of gekleurde laag op de toplaag of snijvlak van het voer Zwavelachtige geur
Daling droge stof percentage Afbraak nutriënten Verlies voederwaarde
Afbraak nutriënten Smaak van het voer loopt terug Smaak van het voer loopt sterk terug
Duidelijke smaak vermindering van het voer Mogelijke productie van mycotoxinen Rotting van het eiwit
Voederwaardeverlies    


Gisten in suikerrijke producten

Gistvorming dient vooral bij suikerrijke producten te worden vermeden door de juiste hygiëne en  conservering. Tijdens een sterke gisting van het product kan er in korte tijd erg veel CO2 gevormd worden. Dit leidt tot een verlies van droge stof en voerderwaarde, verspilling van het product bij het overlopen van opslagen en druk in leidingen en voormengers.

De pH van vochtrijke producten, die veelal lager is dan pH 4,5 biedt weliswaar voordelen bij het beperken van ongewenste bacteriën zoals E. coli en salmonella, maar biedt geen absolute garantie tegen gisten. Gisten kunnen namelijk bij een erg lage pH (2-4) overleven. Een goede hygiëne van de opslagtanks, voerkeuken, voerleidingen en voertroggen is absoluut vereist om problemen met gistvorming zoveel mogelijk te voorkomen. Bij onvoldoende hygiëne bestaat de kans dat na verloop van tijd een dusdanige hoeveelheid gisten in de opslag is achtergebleven, dat deze makkelijk uit kunnen groeien na een nieuwe levering. Enkele dagen na levering van de nieuwe vracht kan er dan gisting ontstaan, die wordt veroorzaakt door de exponentiële groei van gisten.

Schimmelvorming

Schimmels hebben zuurstof nodig om te kunnen groeien. Daardoor komen schimmels in vochtrijke diervoeders alleen voor op de toplaag, waar contact is met zuurstof. Schimmels gebruiken vooral eiwitten en suikers om te groeien. Vorming van schimmels tijdens opslag is niet wenselijk. De effecten zijn afhankelijk van het type schimmel dat voorkomt. Veelal zijn niet zozeer de schimmels gevaarlijk, maar de gifstoffen die ze produceren, de zgn. mycotoxinen.

Enterobacteriën

Enterobacteriën zijn gramnegatieve bacteriën. Hieronder vallen o.a. E.Coli en Salmonella. Enterobacteriën komen vaak voor in gemalen grondstoffen, zoals gemalen granen. Het contactoppervlak, en daarmee de beschikbaarheid van nutriënten, is na het malen sterk verhoogd. Daarnaast stimuleert de extra warmte de bacteriegroei. De enterobacteriën zetten eiwitten om in ammoniak, biogene aminen en toxinen. Suikers zetten zij om in azijnzuur en uit nitraat kunnen de bacteriën het giftige nitriet vormen. In bijproducten komen enterobacteriën relatief weinig voor door de lage pH. Een indicatie van de aanwezigheid van entero-bacteriën is een zwavelachtige geur. Ook hier is hygiëne belangrijk om deze bacteriën te vermijden. Enterobacteriën leiden niet alleen tot voederwaardeverliezen. Door afwijkingen van de smaak en geur van het voer daalt ook de voeropname.

Wij gebruiken functionele, analytische en marketing cookies om een goede werking van onze website te kunnen garanderen en onze website gebruiksvriendelijker te maken. Wanneer je op 'doorgaan' klikt, geef je toestemming voor het plaatsen van cookies.